Door André Serebriakoff, juridisch adviseur bij de KBL-groepUpdate: october 2007Het Belgische recht kent traditioneel twee soorten roerende waarden.
erstens is er het effect op naam dat wordt gekenmerkt door een inschrijving van de naam van de titularis van het effect in het register van de emittent. Verder is er het effect aan toonder, ofwel het welbekende “papieren effect” waarop de naam van de eigenaar niet staat vermeld, maar waarvan de bezitter verondersteld wordt de werkelijke en onbetwistbare eigenaar te zijn.
Via de Belgische wet van 14 december 2005 « houdende de afschaffing van de effecten aan toonder » (« de wet ») zal deze tweede categorie effecten geleidelijk aan afgeschaft worden.
Men leest of hoort zeer vaak over de nieuwe Belgische wet dat het een wet is die de dematerialisatie van de effecten in het Belgische recht introduceert. Dit is niet geheel juist. Een wet van 13 april 1995 heeft het in België reeds voor vennootschappen mogelijk gemaakt om gedematerialiseerde effecten te creëren. Er bestaan trouwens verschillende wettelijke bepalingen met betrekking tot de financiële markten en de roerende waarden die het reeds mogelijk maken deze effecten op een rekening bij te schrijven en ze via een eenvoudige overboeking van de ene naar de andere rekening over te maken. Echter, terwijl de dematerialisatie tot nu toe slechts een mogelijkheid was, is het vanaf nu in zekere zin een verplichting.
Dientengevolge zullen er voortaan nog maar twee soorten effecten bestaan in België, te weten de effecten op naam en de gedematerialiseerde effecten.
De beoogde effecten
De afschaffing van de effecten aan toonder betreft drie hoofdcategorieën effecten:
- alle vennootschapseffecten (aandelen, winstbewijzen, obligaties, warrants en certificaten);
- alle effecten uitgegeven door Belgische publiekrechtelijke emittenten, zoals de Staat, de regio’s...;
- alsmede alle andere effecten « uitgegeven door een persoon die onder Belgisch recht ressorteert, en die een financiële schuldvordering op de emittent belichamen ». Dit betreft onder meer effecten als kasbons, thesaurie- en depositobewijzen, vastgoedcertificaten...
De afschaffing geldt niet voor effecten uitgegeven door een buitenlandse emittent of die vallen onder een buitenlands recht, met uitzondering van de effecten die op 1 januari 2008 op een rekening ingeschreven zullen staan. Ook deze effecten zullen niet meer materieel afgeleverd worden in België.
Presentatie en administratie van een gedematerialiseerd effect
De Belgische wet definieert het gedematerialiseerde effect als een effect « vertegenwoordigd door een boeking op een rekening, op naam van de eigenaar of de houder », waarbij deze houder uiteraard een buitenlandse vennootschap kan zijn, zoals een buitenlandse bank die effecten in bewaring heeft voor rekening van haar cliënten. De rekening wordt geopend bij een « erkende rekeninghouder ». De erkende rekeninghouders, aangewezen bij koninklijk besluit tot uitvoering van 12 januari 2006, zijn met name de kredietinstellingen en beursmaatschappijen naar Belgisch recht, alsmede de Nationale Bank van België (NBB).
De erkende rekeninghouders houden zelf een globale rekening aan bij de instelling die belast is met de centralisatie van de inschrijvingen (« vereffeningsinstelling »). De organisaties die volgens het hierboven genoemde koninklijk besluit tot uitvoering zijn aangewezen als vereffeningsinstelling zijn de Interprofessionele effectendepositoen girokas (CIK) en de NBB voor de obligaties.
De vervallen dividenden, rente en kapitalen worden door de emittent uitbetaald aan de vereffeningsinstelling die ze op zijn beurt uitbetaalt aan de erkende rekeninghouder.
Het gedematerialiseerde effect kan het voorwerp zijn van een inpandgeving en de overboeking ervan kan eenvoudigweg geschieden via een overboeking van de ene naar de andere rekening.
Voordelen van de gedematerialiseerde effecten
De voordelen van de gedematerialiseerde effecten zijn welbekend en onbetwistbaar. De dematerialisatie draagt bij aan de modernisering van de financiële markten. De bewaring van de effecten wordt minder beslagleggend, terwijl de formaliteiten bij de overboekingen en de vereffening van dergelijke operaties sneller en soepeler afgehandeld kunnen worden.
Voor de belegger biedt het een bescherming tegen talrijke risico’s, zoals die van verlies, diefstal, vervalsing of vernietiging. Dankzij zijn effectenrekening zal hij bovendien automatisch door zijn bankier gewaarschuwd worden ingeval van gebeurtenissen die van invloed zijn op de gang van zaken met betrekking tot zijn effecten of de emittent ervan.
Naar een volledige fiscale transparantie voor de burger
De belangrijkste doelstelling van de Belgische wet is echter in de eerste plaats de anonimiteit rond het bezit van effecten aan toonder op te heffen, en daarmee de strijd aan te binden met de fiscale fraude en de internationale criminaliteit op het gebied van witwassen en terrorisme.
Voor de insiders maakt deze wet duidelijk een onderdeel uit van een aantal maatregelen in België die ten doel hebben een vermogenskadaster op te richten. Door de registratiegegevens te toetsen met die van het kadaster, de BTW, de accijnzen, maar ook met die van de banken, notarissen en andere organisaties, tracht de Belgische Staat op termijn achter alle details met betrekking tot de vermogenspositie van de belastingbetalers te komen.