29 April 2014

Pensioenfonds Japanse staat wil meer op beurs beleggen 

KBL Richelieu’s Chief Investment Officer David Desolneux is quoted in an article in leading Belgian financial daily De Tijd regarding his analysis that the Japanese state-controlled pension fund has been underperforming in recent years, sparking management changes that are likely to result in an investment focus on value creation rather than wealth preservation.

Het Japanse staatspensioenfonds, het grootste ter wereld, zal wellicht meer in aandelen beleggen. Het nieuwe beleggingscomité moet later dit jaar de knoop doorhakken.

Het Japanse ministerie van Gezondheid en Arbeid heeft zeven nieuwe leden benoemd van het beleggingscomité van het pensioenfonds van de regering. De nieuwe leden staan bekend als hervormingsgezind. Drie van de zeven leden waren lid van een panel dat in november vorig jaar adviseerde te investeren meer in risicodragende activa.

Het pensioenfonds (GPIF) had eind 2013 activa ter waarde van 128.600 miljard yen (bijna 900 miljard euro). Volgens de huidige richtlijnen moet het fonds 60 procent van zijn activa investeren in Japanse obligaties, 12 procent in Japanse aandelen, 12 procent in buitenlandse aandelen, 11 procent in buitenlandse obligaties en 5 procent in kortlopende activa. De beheerders mogen afhankelijk van de activaklasse 5 tot 8 procentpunten afwijken van die streefcijfers.

'Het GPIF boekte lage rendementen op zijn beleggingen', zegt David Desolneux, hoofdstrateeg van de vermogensbeheerder KBL Richelieu, een dochter van de private bank KBL. 'Tot 2013 focusten de beheerders op kapitaalbescherming en boekten ze een onhoudbare return van amper meer dan 1,5 procent.'

In het licht van de vergrijzing wil Japan zijn strategie aanpassen. 'Japan kan het eerste land worden dat de klemtoon verschuift van vermogensbescherming naar waardecreatie', zegt Desolneux. Hij merkt op dat de beheerders het gewicht van Japanse obligaties in de portefeuille al hebben afgebouwd van 62 naar 55 procent.

De Amerikaanse bank JPMorgan verwacht dat de richtlijnen voor de activaspreiding pas na de vijfjaarlijkse evaluatie van het publieke pensioenstelsel zullen worden aangepast. Die evaluatie door het ministerie begon in maart en duurt tot juni.